Dag bed…

Dag bed…

Een hulpmiddel is niet zomaar een hulpmiddel. Soms is het een verlengstuk van iemands leven.

Het eerste hulpmiddel van Roos was een aangepast bed. Ik kan me nog goed herinneren dat ik het bed verafschuwde omdat ze niet langer in een regulier bed kon slapen. Zo’n joekel van een bed voor zo’n klein meisje van net twee jaar oud.
Maar al snel bleek dat we niet zonder konden.

Het bed van Roos was niet alleen een bed waarin ze veilig kon slapen. Het was het bed waarin ze iedere dag werd gewassen en aangekleed. Waarin ze medicatie en soms voeding of zuurstof kreeg. Waarin ze werd onderzocht door de huisarts of ambulancepersoneel.

Het was het bed dat ons door gerammel waarschuwde tijdens grote aanvallen. Het bed waarin we Roos masseerden en knuffelden. Waarin ze snoezelde, rustte en waarin we lekker naast haar lagen als het slecht ging.
Het was het bed waarin ze speelde met haar bal. Waarin ze met veel lol tegen de randen trappelde. Ook ‘s nachts. Waarin ze de slappe lach kreeg als we haar kietelden. Waarin we samen films keken, muziek maakten en voorlazen.
Het was het bed waarop ze stierf en waarin ze werd opgebaard.

Roos haar bed was meer dan een praktisch en veilig hulpmiddel. Het was een plek waarin een groot deel van haar leven zich afspeelde: de zorg, het plezier, angst, troost, ontwikkeling, ontspanning, ziekte, nabijheid, liefde en afscheid.
En sinds haar overlijden ademde het bed in haar kamer nog steeds Roos. Met het kleurrijke beddengoed, mooie spulletjes en vooral vol herinneringen.
Iedere avond wenste ik Roos in gedachten welterusten en rook ik even aan haar kussen, waar haar geur nog in zat…

Met Roos haar overlijden verdwenen haar hulpmiddelen uit huis. Niet omdat we dat al wilden, maar omdat dat zo gaat met hulpmiddelen. Je leent ze van de verzekering of gemeente, en als iemand overlijdt, worden ze weer opgehaald. Vaak al in de weken na het overlijden.
Het ophalen van haar bed hebben we met veel begrip van de leverancier ruim een jaar weten uit te stellen. Tot gisteren.
Het bed van Roos is, volgens afspraak, opgehaald.

Erik en ik haalden het beddengoed eraf, terwijl de tranen over onze wangen stroomden. Het moment dat het bed gedemonteerd en opgehaald werd was vreselijk.

De leegte op haar kamer hebben we gelijk opgevuld. Een knus plekje waar we rustig kunnen zitten. Met een bankje dat Erik, Morris en ik passend vinden bij Roos en waarvan iemand zei: “Het lijkt wel een croissantje.”

Toen we gisteren alles opnieuw ingericht hadden, verscheen er een regenboog op de muur in haar kamer. Alsof het zo allemaal goed is… Maar toch ging ik gisteravond met een knoop in mijn maag naar bed. Nu haar bed er niet meer staat, klopt het niet meer om Roos welterusten te wensen.
Ze kan nergens meer slapen.
Haar bed is weg.

We hebben opnieuw afscheid genomen van een tastbaar stukje Roos.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *