‘Last’ van vastgelopen rouw?
“Je hebt last van vastgelopen rouw.”.
Even daarvoor had ik haar verteld dat ik de laatste tijd emotioneler ben en veel spanning in mijn lijf ervaar. Wanneer ik de ‘vastgelopen rouw’ weerleg en uitleg dat ik denk dat het een deel trauma is van 12 intens heftige zorgintensieve jaren, zegt ze in één adem dat het dan dus vastgelopen traumatische rouw is. Want, zo is haar uitleg, als Roos niet was overleden was de spanning die ik nu ervaar er ook niet geweest. Te moe om er tegenin te gaan antwoord ik met een korte “Oké…”, maar van binnen huil ik over het onterechte label dat ze zojuist op me heeft geplakt. Ze zou zich eens moeten verdiepen in rouw. Helemaal in háár functie.
Het lijkt wel alsof we in Nederland niet te lang mogen rouwen. Alsof het zo snel mogelijk weggestopt moet worden. Schouders eronder en door… De 5 dagen rouwverlof waar je wettelijk recht op hebt zijn daar een vreselijk verdrietig voorbeeld van. 5 dagen. Precies genoeg om alles te regelen tussen het overlijden en de uitvaart. En daarna? Dan moet je je ziek melden als je niet in staat bent om te werken. Meestal met steun van je werkgever (lucky me!), maar er zijn er ook die keihard zeggen; Rouwen is geen ziekte. En ze hebben nog gelijk ook.
Rouwen is geen ziekte. Het is een normale en gezonde reactie op het verlies van een dierbare. En hoe dierbaarder iemand is, hoe intenser vaak ook het rouwen.
Overigens staan deze ongevoelig harteloze zombie-achtige werkgevers niet stil bij het feit dat rouwen keihard werken is en je je er wel behoorlijk ziek van kunt voélen. Dat er allemaal emoties bij komen kijken en het gemis hartverscheurend is weet iedereen, maar dat rouwen fysiek ook onwijs veel met je brein en lichaam doet, is iets wat weinig mensen zich beseffen. Slapeloosheid, hoofdpijn, hartkloppingen, slechte focus, spierpijn, intense vermoeidheid, overprikkeling en buikpijn zijn slechts een paar voorbeelden. Ook beseffen sommige mensen zich niet dat rouw nooit over gaat of minder wordt. Een moeder van 80 die haar kind 50 jaar geleden verloor, rouwt nog steeds om haar kind.
Laatst las ik in een boek dat rouwen het werkwoord is dat aangeeft hoe je rouw leert dragen in je leven. En dat is keihard werken. Die moeder van 80 is heus niet nog elke dag aan het ‘rouwen’, maar de rouw is verweven in haar verdere leven. En met golven, bijvoorbeeld op verjaardagen, bij het ruiken van bepaalde geuren of gewoon zomaar, komt die rouw rauw naar boven. Manu Keirse schreef in een van zijn boeken: “Rouw is als een schaduw die je je hele leven bij je draagt; je kunt het niet achterlaten, maar het is niet altijd zichtbaar. Soms ligt de schaduw achter je en ben je je er niet van bewust, maar op andere momenten, bijvoorbeeld als je een hoek omslaat, kan het opeens weer groot en aanwezig zijn”.
Rouw draag je dus altijd mee, het rouwen (het keiharde werken) wordt met de tijd minder.
Opmerkingen als “Je moet er niet in blijven hangen…”, “Heb je het nog niet verwerkt?”, “Je moet wel door met je leven hè…”, zijn dus loze opmerking (en ja, ik heb ze allemaal al gehoord). Net zoals de opmerking dat ik dus ‘last’ heb van vastgelopen rouw. Of vastgelopen traumatische rouw. Op het moment dat ik de deur uitloop laat ik het onterechte label bij haar achter. Ik heb helemaal geen ‘last’ van rouw. Ik omarm de rouw juist. Het zegt alles over hoe groot mijn liefde is voor Roos. En ik loop ook niet vast. Iedere ochtend kom ik mijn bed uit, ik zie er (redelijk) verzorgd uit, ik ben er voor Morris en Erik, doe leuke dingen en sta open voor de wereld om me heen die steeds groter wordt. Maar ik mis Roos. In alles. En dat blijft.
Ook als ik 80 ben.
