Op de kast

Op de kast


“Kijk, Roos staat op de kast.”, hoorde ik Morris afgelopen week tegen een vriend en twee vriendinnen zeggen. Samen stonden ze in Roos haar kamer terwijl Morris vertelde over de spulletjes op de kast. “Hield ze van croissantjes?”, vroeg iemand. “Ja!”, zei Morris, “Daarom zie je ook zoveel croissantjes op haar kamer…”. En terwijl ik op een afstandje naar hun gesprek luisterde, voelde ik tranen achter mijn ogen prikken. Trots op hoe Morris blijft vertellen over Roos. Ze is en blijft zijn zus. Voor altijd.

“Ik vond het fijn dat ik ze Roos haar kamer kon laten zien.”, vertelde hij me later “Ze vonden het eerst een beetje spannend denk ik, maar daarna niet meer…”. En dat laatste is Morris zijn aandeel. Omdat hij zich vrij voelt in Roos haar kamer en zijn vrienden rustig en vol trots vertelde over haar, maakte de spanning plaats voor medeleven en interesse.

Vandaag is het precies 28 weken geleden dat Roos is overleden en we missen haar gigantisch.
Ik blijf me verbazen over het taboe wat nog steeds heerst op de dood. Hoe spannend mensen (volwassenen!) het vinden om met ons te praten over Roos. Hoe er ongemakkelijke stiltes ontstaan als ze ons zien. Hoe er gezwegen wordt. Alsof met de dood alles is uitgewist. Alsof met het verstrijken van de tijd alles wordt vergeten.
Voor ons is het is juist fijn om Roos haar naam te horen. Het is fijn om over haar te kunnen praten. Want ook al is ze niet meer hier, ze leeft verder in ons hart, onze woorden en in de momenten die we samen hebben gedeeld…

“ …” –

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *